is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wie hij een week moest doorbrengen, veroordeeld tot den nederigsten arbeid, tot het luisteren naar de lofzangen en het verrichten van wasschingen. Volstrekt stilzwijgen was hem opgelegd.

Als de avond voor de proeven aangebroken was, brachten twee neocoren ') of helpers den aspirant ter inwijding in de mysteriën, weer naar de poort van het occulte heiligdom. Men trad een donker voorportaal, dat schijnbaar zonder uitgang was, binnen. Aan weerszijden van deze sombere zaal zag de vreemdeling bij het schijnsel der fakkels een rij standbeelden met menschenlichamen en dierenkoppen, van leeuwen, stieren, roofvogels en slangen, die hem in het voorbijgaan grijnzend schenen aan te kijken. Aan het einde van dezen onheilspellenden weg, dien men afliep zonder een woord te spreken, stonden een mummie en een menschelijk geraamte, rechtop, tegenover elkaar. Met een stil handgebaar toonden de twee neocoren den neofiet een gat in den muur vóór hem. Het gaf toegang tot een gang die zoo laag was, dat men er slechts kruipende in kon komen.

— Gij kunt nog op uwe schreden terugkeeren, sprak een der dienaren. De poort van het heiligdom is nog niet gesloten. Anders moet gij uw weg daarheen vervolgen, en is terugkeer onmogelijk.

— Ik blijf, zei de neofiet al zijn moed verzamelend.

Daarop overhandigde men hem een klein brandend

') Wij gebruiken hier de Grieksche vertaling der Egyptische uitdrukkingen, als beter begrijpelijk.