Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de pastofoor, „elke wil, die zich met God vereenigt om de waarheid te openbaren en rechtvaardigheid te beoefenen, deelt van af dit leven in de goddelijke macht over wezens en dingen, als eeuwige belooning van alle geesten die zichzelf vrijgemaakt hebben." - Luisterend naar de woorden van den meester, voelde de neofiet een gemengde gewaarwording van verrassing, vrees en verrukking. Het waren de eerste lichtschijnsels van het heiligdom en de even aanschouwde waarheid scheen hem de dageraad van goddelijk denken toe.

Maar de proeven waren nog niet ten einde. Toen hij met spreken ophield, opende de pastofoor een deur, die weer toegang verleende tot een lang, nauw gewelf, aan het einde waarvan een gloeiend vuur knetterde. - „Maar daar wacht mij de dood !" sprak de neofiet, terwijl hij huiverend zijn geleider aanzag. - „Mijn zoon," antwoordde deze, „de dood beangstigt slechts zwakke karakters. Ik ben eertijds door deze vlammen heengegaan, als door een veld met rozen." - En het hek van de galerij der geheimen sloot zich weer achter den candidaat. Toen hij de vuurversperring naderde, bemerkte hij dat de vuurgloed alleen veroorzaakt werd door een optisch bedrog, ontstaan door dun vlechtwerk van harsachtig hout, dat in ruiten op traliewerk was aangebracht. Een pad in het midden stelde hem in staat er vlug doorheen te gaan. Op de vuurproef volgde de xcaterproef. De candidaat was genoodzaakt een stilstaand, donker water te doorwaden bij het schijnsel van een naphtavuur, dat achter hem op de plaats van de vuurproef ontstoken werd. Daarna brachten twee dienaren hem nog

Sluiten