is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geven, sloot de vreemdeling zijn oogen. Toen hij ze weer opsloeg, zag hij dichtbij zijn legerstede een verschijning, die de zinnen verwarde door de levenskracht en helsche verleiding die van haar uitgingen. Een Nubische vrouw, gelijkende op de priesteressen der mysteriën van Mylitta, gekleed in een doorschijnend, purperen gewaad, een ketting van amuletten om den hals, stond daar vóór hem, hem strak aanziende, terwijl zij in haar linkerhand een met rozen versierden beker hield. Zij had het echte Nubische type, welks vurige, verwarrende zinnelijkheid al de aantrekkelijkheden van het dierlijke in de vrouw vereenigt: vooruitstekende jukbeenderen, wijde neusgaten en dikke lippen als een roode, sappige vrucht- Haar donkere oogen schitterden in de schemering. De neofiet was opgesprongen en verrast, niet wetend of hij angst of vreugde moest gevoelen, kruiste hij instinctmatig de handen over de borst. Maar de slavin naderde langzaam en de oogen neerslaande, fluisterde zij zachtjes : „Zijt gij bang voor mij, schoone vreemdeling ? ik breng u de belooning der overwinnaars, de vergetelheid der smarten,, den drinkbeker van het geluk ...." De neofiet aarzelde; daarop zette de Nubische zich, als door loomheid aangegrepen, op de legerstede neer, terwijl zij haar smeekende, brandende blikken op den vreemdeling gevestigd hield. Wee hem, als hij die durfde trotseeren, als hij zich over dezen mond heen boog, als hij zich benevelde aan de sterke geuren, die van haar bronskleurigen boezem opstegen. Had hij eenmaal deze hand aangeraakt en dezen