is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na een dezer stille gebeden zag de leerling, die in halve geestvervoering geraakt was, den hiërofant, omgeven door het warme schijnsel der ondergaande zon, naast hem staan, als een geestverschijning die uit den grond opgestegen was. De Meester scheen al de gedachten van den leerling te lezen en al wat in het diepste van zijn wezen omging te doorgronden.

- „Mijn zoon, zeide hij, het oogenblik nadert waarop de waarheid u geopenbaard zal worden. Gij hebt er reeds een voorgevoel van gehad, toen gij in het diepst uwer ziel afdaalde en daar het goddelijk leven vond. Gij zult toegelaten worden tot de groote, onuitsprekelijke gemeenschap der Ingewijden. Gij zijt haar waardig door uwe reinheid van hart, uw liefde voor de waarheid en kracht van verzaking.

Doch niemand overschrijdt den drempel van Osiris, zonder door den dood en de opstanding te zijn heen gegaan. Wij zullen u naar den grafkelder vergezellen. Vrees niet, want gij zijt reeds onze broeder." —

Tegen het invallen der schemering geleidden de priesters van Osiris, met fakkels gewapend, den nieuwen adept naar een lagen grafkelder, die door vier op sphinxen rustende zuilen gesteund werd. In een hoek stond een geopende marmeren doodkist.J)

') De oudheidkundigen hebben langen tijd de sarcophaag in de groote pyramide van Gizeh voor het graf van koning Sesostris gehouden, op getuigenis van Herodotus, die geen Ingewijde was en aan wion de Egyptische priesters slechts sprookjes en voiksverhaaltjes medegedeeld hebben. Maar de Egyptische koningen hadden hunne graftomben elders. De inwendige, zonderlinge bouw der pyramide wjj'st er op, dat zij voor de inwijdingsplechtigheden