is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijking van diezelfde waarheid met betrekking tot het leven op aarde en de maatschappelijke orde aller dingen. Bezielend leven van dichtkunst, geneeskunde en wetten, openbaarde hij zich als kennis door de godspraak, als schoonheid door kunst, als vrede door gerechtigheid en als harmonie van lichaam en ziel door loutering. Kortom, voor den Ingewijde beteekende Dionysos niets minder dan de goddelijke geest in ontwikkeling in het heelal, en Apollo de openbaring van dien geest aan den mensch op aarde. De priesters hadden dit in een legende aan het volk duidelijk gemaakt. Zij vertelden dat ten tijde van Orpheus, Bacchus en Apollo elkander den drievoet van Delphi hadden betwist. Bacchus had dien toen vrijwillig aan zijn broeder afgestaan en zich op een der toppen van den Parnassus teruggetrokken, waar Thebaansche vrouwen zijn Mysteriën plechtig vierden. In werkelijkheid deelden de twee groote zonen van Jupiter samen de wereldheerschappij. De een bestuurde de geheimzinnige onzichtbare wereld, de ander heerschte over de wereld der levenden.

In Apollo vinden wij dus het Licht-Woord, het Universeele Woord, den grooten Middelaar, den Vishnou der Hindoes, den Mithras der Perzen, den Horus der Egyptenaren terug. Maar de oude denkbeelden van het Aziatische Esoterisme hulden zich in de legende van Apollo in een plastische schoonheid en een verblindende pracht, waardoor zij dieper in het menschelijk bewustzijn konden doordringen, gelijk door God gezonden pijlen: „slangen met witte vleugels die van zijn