is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

suggestie, die reeds als een verschijnsel buiten het stoffelijk gebied beschouwd moet worden, maar de helderziende leest de gedachten der aanwezigen, ziet door muren heen, dringt op honderden mijlen afstand in woningen binnen, waar hij nooit geweest is en in het intieme leven van menschen, die hij te voren niet kende. Zijn oogen zijn gesloten en kunnen niets waarnemen, maar zijn geest ziet verder en beter dan ooit zijn geopend oog en schijnt zich vrij in de ruimte te bewegen. >) Kortom, als helderziendheid een abnormale toestand is met betrekking tot het lichaam, zoo is zij een normale en verheven toestand met betrekking tot den geest. Want zijn bewustzijn is dieper, zijn waarnemingsvermogen ruimer geworden. De individualiteit is dezelfde gebleven, doch tot een hooger gebied opgestegen, waar haar blik, bevrijd van de grove organen van het stoffelijk lichaam, een ruimer vergezicht omvat en doorvorscht.2) Het is opmerkelijk, dat som-

') Talrijke voorbeelden bij Gregory. Brief XVI, XVII en XVIII.

2) De Duitsche wijsgeer Schelling had het groote belang van net somnambulisme ingezien in verband met de kwestie over de onsterfelijkheid der ziel. Hij merkt op, dat in den helderzienden slaap een verheffing en gedeeltelijke vrijmaking der ziel ten opzichte van het lichaam plaats vindt, zooals zich nooit in normalen toestand voordoet. Bij somnambules wijst alles op een zeer hoogen graad van bewustzijn, alsof al de Krachten van haar wezen in één stralend brandpunt verzameld waren, dat verleden, heden en toekomst in zich vereenigt. In plaats dat zjj het geheugen verliezen, heldert het verleden zich juist voor haar op; soms ontsluiert zich zelfs de toekomst in een machtige openbaring. Als dit mogelijk is tijdens het aardleven - vraagt Schelling zich af - is het dan niet zeker, dat onze geestelijke persoonlijkheid, die na onzen dood blijft voortleven, alreeds in ons aanwezig is, dat z}j niet dan eerst ontstaat, maar eenvoudig bevrijd wordt en zich openbaart, zoodra z« niet langer door de stoffelijke zintuigen aan de uiterlijke