is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te bewegen Pythia te worden. Zij voelde zich als het ware aangetrokken door een verheven wereld, waarvan zij den sleutel niet bezat. Wie waren die Goden, die door haar in trillingen en ingevingen zouden spreken ? Zij wilde dit weten, voordat zij zich aan hen overleverde. Want groote zielen hebben er behoefte aan duidelijk te weten wat zij doen, zelfs wanneer zij zich aan de goddelijke machten overgeven.

Welk een diepe ontroering, welk een geheimzinnig voorgevoel moest de ziel van Theoclea doen trillen, toen zij voor het eerst Pythagoras aanschouwde en zijn welsprekende woorden tusschen de zuilen van het heiligdom van Apollo hoorde klinken! Zij gevoelde de tegenwoordigheid van den Inwijder, dien zij verwachtte; zij herkende haar Meester! Zij wilde kennis verkrijgen : hij zou haar leeren en die innerlijke wereld, die in haar leefde, tot openbaring brengen! — Hij van zijn kant moest met zijn vasten, scherpzinnigen blik in haar de levende, trillende ziel vinden, die hij zocht om in den tempel de tolk te worden van zijn gedachten en er een nieuwen geest uit te storten. Na het wisselen van den eersten blik, na het uitspreken van het eerste woord, ontstond een onzichtbare band tusschen den wijze van Samos en de jonge priesteres, die zwijgend naar hem luisterde en met haar groote oogen vast op hem gericht, zijn woorden gretig opving. Ik weet niet wie gezegd heeft, dat de dichter en de lier elkander herkennen aan een diepe trilling, die hen aangrijpt, wanneer zij elkander naderen. Zóó herkenden Pythagoras en Theoclea elkaar.