is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Derde graad. — Volmaking. (>)

Cosmogonie en Psychologie. — De ontwikkeling der Ziel.

De leerling had van den Meester de grondbeginselen der kennis ontvangen. Deze eerste inwijding had de dichte, stoffelijke schellen, die de oogen van zijn geest bedekten, weg doen vallen. Door den schitterenden sluier der mythologie aan stukken te scheuren, had zij hem aan de zichtbare wereld ontrukt, hem onverwachts in de onbegrensde ruimte geworpen en gedompeld in de Geestelijke Zon, vanwaar de Waarheid haar licht over de drie werelden uitstraalt. Maar de leer der Getallen was slechts de inleiding tot de groote inwijding. Gewapend met deze beginselen was nu het oogenblik gekomen om vanuit de verheven sfeer van het Volstrekte af te dalen in de ondoorgrondelijkheden deinatuur, ten einde de goddelijke gedachte te leeren begrijpen, die schuilt in de wording der dingen en in de ontwikkeling der ziel door de verschillende werelden. De esoterische cosmogonie en de psychologie raakten de groote mysteriën des levens, de gevaarlijke, zorgvuldig bewaakte geheimen der occulte wetenschappen. Pythagoras gaf dan ook het liefst deze lessen's nachts, ver van het gewone dagelijksche leven, aan de oevers der zee of op de terrassen van den tempel van Ceres, terwijl de golven der Ionische Zee zacht een wiegende melodie fluisterden en de met sterren bezaaide hemel

(') In het Grieksch: Télóiötès.