is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lichamelijke en zedelijke hygiëne der vrouw gedurende de zwangerschap, opdat het heilige werk, de wording van het kind, volgens goddelijke wetten tot stand zou komen. Kortom, men onderwees de kennis van het huwelijksleven en de kunst van het moederschap. Deze laatste kunst bepaalde zich niet tot de geboorte alleen. De kinderen bleven tot hun zevende jaar in het Gynaeceum (vrouwenvertrek), waar de echtgenoot geen toegang had, onder uitsluitende leiding der moeder. De wijze oudheid was van oordeel, dat een kind een teere plant is, die om in het leven te blijven behoefte heeft aan de koesterende, moederlijke omgeving. De vader zou storing teweegbrengen; het kind heeft voor zijn ontwikkeling de kussen en liefkoozingen van zijn moeder noodig; al de sterke, alomvattende liefde der vrouw is noodig om deze ziel, die het leven beangstigt, tegen aandoeningen van buiten te beschermen. Daar de vrouw met volledig bewustzijn haar verheven taak, die in de oudheid als goddelijk beschouwd werd, vervulde, was zij in waarheid de priesteres van het huisgezin, de bewaakster van het heilige levensvuur, de Vesta van den huiselijken haard. De vrouwelijke inwijding kan dus beschouwd worden als de ware oorzaak van de schoonheid van het ras, de kracht der geslachten en bet voortduren der families in de Grieksche en Romeinsche oudheid. (J)

') Montesquieu en Michelet zijn bijna de eenige schrijvers die de deugd der Grieksche echtgenooten opgemerkt hebben. Noch de een, noch de ander geeft echter de oorzaak, die ik hier aangetoond heb.