Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het duitsch zijn, hier te stellen, en den bouw der stad alléén beschouwen qua talis. Te Leipzig staat op de markt een heerlijk raadhuis. Een meer duitsch gebouw, een gebouw dat tegelijkertijd meer duitsch, schoon en machtig is, heb ik nooit gezien. De zwarte en roode kleur van het gebouw geeft er aan het kenmerk van ernstige macht. Er spreekt uit de bloei van eene natie die individueel kon zijn. Het spreekt van ernstige voorvaderen. Het doet denken aan mannen als Hans Sachs, Holbein, Dürer, Wallenstein, aan den waren duitschen geest, waarvoor men eerbied mag gevoelen.

Maar dat raadhuis staat geheel alleen in eene banale groote stad, als een veteraan van de oude garde zou staan in het tegenwoordige fransche of duitsche leger. Leipzig heeft wijde straten en veel groote gebouwen, even niets zeggend als die van Berlijn. Dresden daarentegen is eene harmonische stad, compleet en waar de nieuwe elementen in volle bescheidenheid de oude en meer nobele niet trachten te verdringen. Straten vol levendig beweeg van ijverige mannen en schoone bijna elegante vrouwen. Druk leven, dat, zeldzaam voor Duitschland, tot twaalf uur 's nachts duurt in de hoofdstraten, de Schlossstrasse onder anderen, en in de drie voornaamste café's, welke op de markt op de eerste verdieping een rij verlichte vensters tot in den vroegen morgen laten zien, wordt voortgezet. Schitterende winkels waar geen al te smakelooze waar wordt aangeboden, met uitstalling smaakvoller dan elders in

Sluiten