Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doet me plezier. Het is ellendig. Het is ellendig, murmelde hij in zichzelf.

Terwijl hij op een avond bezig was een hard ei te eten, kwam de concierge hem een rouwbrief brengen .

De religieusen van St. Agatha verzoeken u te bidden voor de ziel van wijlen zuster Ursula Bougeard, overleden den 7 September 1880, gesterkt met de middelen van onze Moeder de heilige kerk.

De profundis.

Het was een oude nicht, die hij als kind een paar malen had gezien en aan wie hij in geen twintig jaren meer had gedacht. Haar dood maakte op hem een diepen indruk. Hij voelde zich nu nog meer alléén. Het was zijn laatst overgebleven familielid, een rechte nicht. Hij voelde zich nu heel erg alléén. Hij benijdde haar toch. Zij had geloof; zij kon bidden en het spleen had geen vat op een vrome ziel. Wat een gelukkige! Hij trachtte zich te herinneren, hoe zij er uit zag, maar hij wist het niet meer. Hij wist zelt niet meer of zij blond of bruin was.

Een paar dagen daarna, omdat het eten te slecht was, nam hij zich voor maar weer in de restauratie te gaan dineeren. En zoo begonnen de oude miseries op nieuw.

Het betere, waarop hij vroeger had gehoopt, kwam niet.

* *

*

Dat is de geschiedenis van Jean Folentin, zooals ze beschreven is door J. K. Huysmans, een der meesteis

Sluiten