Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeg tot dien lamlendigen keizer van Duitschland. Ik zeg tot de Hollandsche literatuur. Ik spreek tot de Nieuwe Gids : , Jullie opgedirkte bengels, wat meen jullie wel?" Dat staat kranig en als wij elkander ontmoeten in de koffiehuizen, vragen we: „Heb je dat geweldige stuk van A. gelezen, dat stuk dat met bijbelschen overmoed geschreven is?"

Geheel anders gaan de Franschen te werk; zij hebben begrepen, dat de taal van zingende koffiehuizen of kleine kroegen niet noodig is, om artistieke aspiraties weer te geven. Zij begrijpen meestal beter, dat de aangeduide, verscholen gevoelens, ingehouden sentimenten krachtiger zijn en van langeren duur dan de gesprongen lucht ballons van onbezonnen opstijgende driften. Het dichtst bij de actie zijn de mannen met in toom gehouden passies en de indruk der daad is sterker dan de opwelling der solitaire drift.

Het is veel moeielijker, door de palen der actie met het met woorden gebouwde schip der sensatie door te zeilen, dan zich tot passieven speelbal over te laten in de ruime zee aan de waaiende winden.

Tot in de uiterste finesse van bedwongen passie gaat Maurice Barrès in zijn laatste boek „L'Ennemi des Lois", waarin hij de hoop uitdrukt, dat de menschen de wetten eenmaal zullen weggooien als houten krukken, die geen dienst meer doen aan den op gezonde en genezen beenen loopenden mensch.

Niet zoo onschuldig als het lijkt, is dit boek. Het is wel zoet en zacht van zinvloeiing, maar daarom niet

Sluiten