is toegevoegd aan uw favorieten.

Litteraire wandelingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blokken hout brandden. De juffrouw ging nu stil in een hoek zitten op een mooi gesneden oude bank en ik wandelde op en neer in de schemerende hooge zaal, rondziende, of uit den nacht der voortijden niet menig stuk van vroegere dagen opdoemde voor mijn zoekende oogen. In de plechtige stilte kwamen voor mijne berustendeherinnering de welvoldane, breede en bloeiende gezichten van Vlaanderens groote tijden. Korte, stevige gestalten van goedlevende burgers en burgervrouwen, breedgeschouderd op korte beenen, en magere, edele gestalten zooals Van der Weijden en Pourbus ze hebben geconterfeit op doek en hout. Zij daalden neer uit de hoopfe zolderingen voor mijn verwonderde herinnering, terwijl het naast mij bloeiende leven der jonge schoone vrouw wegzonk, in de doodsche materie tot beeld geworden.

De voorstelling op den schoorsteen geschilderd, heeft zeer geleden door den tijd, maar is nu mooi van kleur. Ernaast hangt een oud schilderij voorstellende den dood van Abel: twee naakte menschen, waarvan de een den anderen met een knods slaat en deze op den grond valt. De tafel en de banken, drie of vier eeuwen oud, dienen nog voor den tegenwoordigen gemeenteraad, die hier zijne zittingen houdt.

De komst van een vreemdeling scheen in de plaats ruchtbaar geworden en weldra verscheen de broeder van het jonge meisje, die mij kond deed, dat hij het oude uurwerk van het raadhuis moest gaan opwinden, en vroeg of ik plezier had hem te volgen. Het was