is toegevoegd aan uw favorieten.

Litteraire wandelingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kent ge b. v. een fijneren versregel dan dezen:

Door 't broze blauw, rouwklagend, zwermen kraaien.

maar wat jammer, daar volgt onmiddellijk op:

En tooh, geen boom, die één blad overhoudt.

De val komt hier niet zoozeer uit de gedachte als wel uit een verkeerden overgang tot een stuitenden klank.

Doch neem het begin van ditzelfde sonnet, getiteld „Octoberlanen", en ge zult versteld staan over de zware orgeltonen van dezen mannenzang:

Octoberlanen zijn als droomwaranden,

Waar donzig licht als zon door water vlot,

Omtoovrend zomerboschje in sprookjesgrot,

Vol goud en zilver en smaragden wanden.

Zoo gaat deze dichteres met haie koninklijke visioenen door het leven van den alledaagschen dag. Na het zich stormachtig verdringen van de droomen harer jeugd, na hare weenende zuchten en het wolkenjagen van haar prillen meisjesweemoed is het voor haar geworden de sprank-heldere dag met den wijden horizont, waartegen hare scherpziende oogen staren met door haar wil getemperde verrukking. En al moge ons Hollandsch idioom gekneed zijn uit te weeke klei en missen den harden marmerglans van het bransch, wij mogen blij zijn, eene dichteres in ons midden te hebben, die uit die klei kan beelden, wat er van te vormen is, en die weenende geluiden van weemoed en innigheid kan laten hooren, waarin onze taal om zoo te zeggen eene specialiteit is. Haar lief en hoop van den morgen, hare teleurstellingen van den avond, hare wandelingen en hare gesprekken met menschen, zij zingt ze uit,