Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LEVENSWEE.

Door grijze lanen, met mijn grijzen houd Zwerf ik in grijs van mijmerend zwijgen rond.

Wel komt mijn hond, wanneer ik roep, terstond,

Doch een toch volgt mij trouwer dan mijn hond.

De grauwe sneeuwlucht spreidt haar grijzend blond Op 't grijze kleed, dat sleept langs grijzen grond.

Kom mee, kom mee, mijn eeuwig Levenswee,

Door grijze lanen naar de bleeke zee!

U worgend stil bij storm en meeuwgekrijsch,

Wil ik U storten in de golven grijs.

Dan keer ik weer met zegeblij gekweel En zweef ik licht door bloeiend Meistruweel.

Deze verzen behooren niet tot de knapste van deze verzameling, maar zij zijn neergeschreven met zulke hooge berusting, men glijdt hier zoo gemakkelijk in haar zielesmart méé, dat iedereen er diep door zal worden getroffen. Wie artistieker werk verlangt, leze Herfstdraden op bl. 8 of Droef. bl. 49.

Men zal echter beter doen, na er heden zoovelen zijn, die bizonder handig een vers in elkander kunnen zetten, zijn voorkeur aan een machtig geuit gevoel te geven. Wij houden dan het bloed in onze letteren en beletten ze, dorre geraamten van sierlijke smeedkunst te worden breekbaar bij den geringsten stoot. In dit vervaltijdperk der litteratuur, dat sinds eenige jaren in Europa is aangevangen (vooral de overproductie heeft de waarde doen verminderen) kan alléén de schoone hartstocht nog redding brengen en het duurzame verzekeren der voortvluchtige heerlijkheid.

Sluiten