Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft, terwijl de bron van de hedendaagsche kunst het genot is en alléén het genot en datheeftvolgenszijne meening wèl grenzen. Hoe hij deze bewering precies inziet, verklaar ik niet volkomen te begrijpen, maar wat men er uit kan verstaan, is, dat zij niet zooveel gewicht heeft als hij het doet voorkomen: zoo kwamen, meent hij, de gedichten van Homerus en de treurspelen der drie tragici voort uit religieus gevoel, zoo de litteratuur van den Bijbel, zoo die van de middeleeuwen. Maar nog eens: waarom het religieus gevoel alléén onuitputtelijk zou zijn voor de kunst en het genot niet, die tegenstelling komt mij vreemd voor. En dan gaat hij verder en beweert, dat de hoeveelheid gevoel, door de rijken en machtigen gekend, minder is dan die van het onbeduidende volk, want de eersten hebben het religieuse gevoel verloren, het volk heeft het behouden. Een boer zou dus fijner voelen dan de Czaar. Niet iedereen zal dit toegeven en mij dunkt, dat de rijken in het algemeen een meer ontwikkeld gevoel hebben dan de armen. Doch beter komt het mij voor, indien men de grenslijn niet trekt tusschen geldhebbers en gelddervers, maar tusschen menschen van de daad en menschen van het woord. Wel valt de rijkdom dikwijls met energie samen, maar dikwijls ook niet. Daarentegen gebeurt het ook wel, dat rijkdom de zucht tot de daad verslapt en armoede deze versterkt; zoo is vaak het resultaat hetzelfde, maar Tolstoï als grootgeest had dieper dan het resultaat moeten zoeken. Tolstoï's systeem zit logisch in elkander en zoo moest hij ook de conclusie

Sluiten