Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit zwangere luchten en verder en verder op stonden de bergen alle in rijen en groepen in de wemelende lichtzee.

De wolken die hingen als massalende machten dreven aan, vervlogen wijd op de dreven der voortijlende landen, losten zich op in het geluk weenende licht. En verder op een geflikker van lichtzwaarden en lansen als bliksem wegschietend en komend, als dansen van lange diamanten.

En in het oneindige blauw in de verte en hoogte verschenen paarden, witte paarden die renden en gingen en vonkten met de hoefslagen het geschitter der lucht.

Mijn droom steeg op als rechte rook in de zuivere hoogte, waar de wind niet woei en alles lag in wijde rust gedrenkt in licht, in stille verwachting.

De leeuwerik steeg en zong en steeg hooger nogmaals en hing gespreid met trillerzang in de ijle klaarheid. De hemel ging open schoon en in bloeiende, gloeiende, lichtende klaarte ging open de poort tot het eeuwige licht.

Toen sprak mijn ziel tot haar begeeren: Zoo vaar dan henen en zie waar mijn geliefde is en zeg hem dat ik wilde minnen. Ijlings steeg het rasse begeeren naar boven en kwam tot de hoogten en riep: Heer doe open en laat mij binnen. Toen sprak de heer: Wat wilt gij, dat gij gloeit zoozeer?

En er kwamen twee engelen in zachte onhoorbare vlucht en namen ze mee de ziel, maar ze zeiden: Waarom o ziel zijt gij gekleed met duistere aarde, want gij zijt nog zwaar in het dragen. Maar uit de

Sluiten