Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komst plotseling gestaakte gesprekken, — de gekunstelde toon tegen ons kinderen. — de eigenaardige teekenen van droevige spanning, van gewichtige gebeurtenissen buiten ons om, die in het gezin ophanden zijn, en waarvan wij weten geen notitie te mogen nemen.

Ik wist het wel, zoo klein ik was, dat de priester aan moeders zijde stond, en dat mijn vader tegeneen coalitie kampte. Maar bij mijn moeder voelde ik warmte, zachtheid en teederheid, en ik was reeds lang voor haar partij gewonnen eer ik wist waar 't om ging. Haar schoonheid, die ik prijzen hoorde, de eerbied die ik haar zag bewijzen, haar vroomheid die ik als een groote kracht begreep, waartegen mijn anders voor niets of niemand wijkende vader zich niet dan schuchter spottende verzetten durfde, de sfeer van lijden en tranen, waarin zij leefde — dat alles trok mijn ridderlijk gemoed naar haar. Ik vond mijn vader een groot man, een reus die alles durfde en alles gedaan kreeg wat hij wilde — maar juist daarom zou ik mijn moeder tegen hem verdedigen. Trouw ging ik met haar naar de kerk, en volgde stipt haar vermaningen tot vroomheid. En tegenover de frivole grapjes die mijn vader soms daarbij te pas bracht, bewaarde ik trots en heldhaftig een grooten ernst.

Maar al spoedig was 't met dezen ridderlijken kamp gedaan. De spanning nam toe, zoodat de gastmalen

Sluiten