is toegevoegd aan uw favorieten.

De nachtbruid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mij geen fleur van uiterlijk schoon aanbracht, dan zocht de verbeelding onvermijdelijk troost bij dat wat altijd prikkelde, altijd boeide en intrigeerde, en nooit verzadigde of verdroot. Noch studie, noch lichaamsoefening was in staat die eigenmachtige gangen der gedachte te weren, de geest had er geen wapens tegen.

In koortsige spanning geraakte ik toen het zeker was dat ik Emmy weer zou zien. Er was al een duidelijker begrip in mij geboren dat alleen haar nabijheid, haar toenadering, haar innigheid mij zou kunnen verlossen. En toen ik haar zag, vriendelijk groetend uit het rijtuig dat ons opwachtte aan het voorstads-station, op een helder-zonnigen mei-dag, en ik haar sidderend en duizelig van aandoening te gemoet ging, en niets van de groote wereld om mij heen zag als het door de zon vergulde haar, het blanke kleedje, de breede stroohoed en de glinsterende oogen — toen dacht ik waarlijk gered te zijn, en ik weifelde niet meer in mijn hart, en 't stond vast bij me dat ik haar werkelijk tot mijn vrouw wilde, welk een heilige ze ook mocht zijn en welk een onwaardige ik zelf.

Zoo had alles in orde kunnen komen, maar de wereld is nog niet zoo netjes ingericht. Ik was zeventien en Emmy twintig. Er kwamen nog weken, nog lange maanden, — er kwamen wederom triestige buien, neerslachtigheden, — er kwamen ook wandelingen