Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moed om mij tegenover hen in waren aard van gedachten en gevoel te toonen, zouden straffen met een zoo vinnige en geniepige kwaadwilligheid, dat ik die ter wille van mijn zielsrust en on gestoorden levensarbeid, meen niet te mogen trotseeren en liever hen beliegen wil.

Mijn vader was 't, die mij verslaafde aan den roes der hachelijke spanning om te midden van gierenden wind, stuivend schuim, met hoog oploopende golven rondom, vale jagende wolken omhoog, het trillende schoottouw in de eene hand en het opduwende roer in de andere, de blik glijdend van zeil naar kim, van wimpel naar zee, terwijl de boot dreunt van het stooten der golven tegen de boeg, de kansen te overwegen voor het behouden thuiskomen, of vol-slaan, onderloopen, of breken van 't tuig. Daarin voelde hij zich 't gelukkigst, het verdoofde zijn somberheid, zooals het bijten op hout de knagende kiespijn verdooven kan. En hij had een gewilligen leerling aan mij, tuk als ik was op heftige emotie, en gekweld door zelfverachting, wilde driften en al de pijnen van verloren liefde-vreugd.

Ook in Holland had mijn vader terstond een zeilboot genomen, om op zee te varen, en het kostte den Scheveningschen varensgasten heel wat moeite hem te beduiden dat de Noordzee geen Italiaansch meer of

8

Sluiten