is toegevoegd aan uw favorieten.

De nachtbruid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik zal den man niet hier noemen, hij is nu reeds kardinaal en als gij dit leest misschien paus. Hij heeft, door negatieve werking, een ontzachlijken invloed op mijn leven gehad. Mijn moeder vereerde en bewonderde hem hoogelijk, en het was alsof zij hierdoor met eigen hand de blinkende heiligen-aureool van haar hoofd nam en op de steenen verbrijzelde. Ik kon mij in dien priester niet vergissen, het allerhoogst menschelijke, de fijne tentakels die steeds naar het goddelijke reiken, het altijd-door groeiende en zoekende, het waarlijke leven, dat ontbrak hem. Als ik dien weg op wilde, werd hij blind en lam, en weigerde te volgen, langs allerlei redekunstige kronkelwegen ontwijkend en ontduikend, met een volkomen argelooze onwetendheid op zijn matbleek, kalm en zelfvoldaan gezicht, 't Was of zijn oogen bevroren, van mijn gloeiende verlangens wisten ze niets. Hij kon alles zeggen, wat hij geloofde, voelde en verlangde, en het onzegbare wat hem zóó en zóó deed voelen en verlangen was hem een woord, geen heftig en radeloos beminde en begeerde werkelijkheid, zooals het mij was. Dat zag ik, voelde ik, bespeurde ik, er was geen twijfel mogelijk. En zoo leerde ik twee allergewichtigste waarheden, ten eerste dat men over het voornaamste van ons wezen alle rede maar rede is, dat wil zeggen gepraat of gebabbel, niet meer of minder waard, en even be-