is toegevoegd aan uw favorieten.

De nachtbruid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen ontwaakte ik, en had geruimen tijd noodig om tot het volle begrip te komen dat mijn vader dood was. En dat begrip voer plotseling door mij heen als een kille werveling van kruin tot hielen.

De eerste uren na 't ontwaken was ik toen zeker dat hij het geweest was, die met mij had verkeerd, dat hij berouw had over zijn woede tegen mij in zijn laatste levens-momenten, en dat hij daarom schreide en ongewoon teederlijk met mij deed. Ook het wijzen op de vleugelcier van den vlinder vond ik gewichtig en vol beteekenis, hoewel mij nog niet klaar.

Maar de dag-indrukken zijn zoo verschillend van die van den nacht, de beiden zijn zoo vijandig, dat zij elkander beurtelings zoo grondig mogelijk trachten te verdringen, alsof men afwisselend in gezelschap van eenen vrome en een godloochenaar, van een poëet en een nuchteren filister, van een verkwister en een geldschraper is geweest. Zoo karakter-vast is geen mensch of hij ondergaat den invloed. En het overkomt ook mij, na zooveel jaren, nog regelmatig dat ik aan 't einde van den dag den nacht met zijn wonderen in een kritisch-ongeloovige verwachting te gemoet ga. Bij 't slapen gaan zelf kan ik mij den komenden overgang niet begrijpen, en eerst den volgenden morgen weet ik weer hoe alles was, en verbaas me hoe ik ooit twijfelde en 't vergeten was, zooals men 't