Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weerklonk op den boschgrond. En ik herinnerde mij op eenmaal een zware verplichting die op mij rustte, en ik wist dat dit galop-getrappel daarmee in verband stond. Het was om mij te halen of om Emmy te verjagen, om een eind te maken aan dit groote, stille geluk. En een akelige, benauwde angst voelde ik stijgen in mij, terwijl het geluid al nader en nader kwam.

Maar Emmy lachte met een zachten, zegenrijken glimlach en zei:

«Ik kom weerom.»

Toen zag ik, heel aan 't eind van de rechte laan, waar de beurtelings bruinroode beuken en zwartgroene sparren heel klein schenen en de hei-groene mos-weg opglooiend versmalde tot den hemel, het galoppeerende dier aankomen. Het was zwart, een paard of een stier, dat was niet duidelijk, maar het kwam nader en nader, en mijn angst klom tot ontzetting. Toen kwam plotseling het bleeke gezicht van mijn vader zijdelings uit de boomenrei te vóór schieten, en hij ging naar Emmy toe als om haar te beschermen, zeggend: «'t Is te laat!»

Daarna gebeurde die wonderlijke overgang, die is als een chaotische vermenging van twee levens-sferen, een door elkander wentelen van ruimte en licht, een

Sluiten