Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dood was, nooit in de sfeer van helderheid en geluk.

Toen nam ik mij voor, avond aan avond, hem te roepen, zoodra ik in die waarnemingssfeer zou ontwaken. Want een ontwaken is het, even zeker als het ontwaken des morgens, maar het lijf slaapt dóór.

En het gelukte. Op een nacht droomde ik op de gewone wijze in de sfeer der demonen, en zij vertoonden een hunner bekende lugubere potsen. Wij speelden een kluchtspel, eenige vrienden uit mijn jeugd en ik zelf, en het tooneel was een kerkhof en alle spelers hadden doodshoofden. Toen zeide ik, een der spelende spookgestalten vast aanziende: «er is geen dood» als om mij tegen de opdringende naargeestigheid te verzetten. Het hoofd grinslachte spottend, en wees met sarkastische miene naar al de schedels en knekels in t rond. Maar ik herhaalde, nu met vasten wil en luide stem: «Ar ts geen dood!d en zie! de oogen \an het wezen voor mij verflauwden, de gansche spookgestalte vernevelde, — en ik voelde, dit was door mijn wil. Toen kwam mijn volle besef, de gansche herinnering aan mijn dagleven en waakbewustzijn, en ik steeg blij en welwetend in de sfeer van kennis en geluk. Toen sprak ik ijlings en levendig bij mijzelven, en ik voelde mijn mond, mijn adem, mijn gansche lijf, het animae corpus, en ik wist toch dat mijn daglijf slapend neerlag en zweeg en niet verwoog. Haastig

Sluiten