Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het was na een zwaar-vermoeyende, en niet zeer vroolijke dag. Een lange bergtocht bij regenweer.

Ik droomde dat ik tusschen veel menschen liep, op straat. Naast mij liep een vriendje uit mijn jeugd. Plotseling schoot het als een lichtstraal door mijn geest dat ik iemand zou oproepen, ik zou Emmy roepen. Haastig zei ik tegen mijn kameraad: «neem mij niet kwalijk, ik moet iemand zoeken, Emmy Tenders!» Ik dacht daarbij wel dat ik het zeer intieme aan de openbaarheid gaf, maar de zaak was te gewichtig, ik moest den naam zeggen. Toen liep ik door de menigte, al zoekend en roepend: «Emmy! Emmy!» Daarbij dacht ik, men zal mij in mijn slaap hooren roepen, Lucia zal het hooren. Ik kwam langs boomen en groen, en nam alles scherp en duidelijk waar. Druk vervuld met mijn zoeken prevelde ik voor mij heen: «ja! ik zie het wel, — herfstzon op iepenbladen — kleine, groene appelen, ik kan hun positie onthouden, — maar ik moet Emmy hebben, Emmy!»

Toen zag ik een gesloten deur, en ik wees er heen met mijn vinger en zei: «daar is ze! als ik die deur open doe is zij er!»

Ik deed de deur open en ik zag .... een slachtersplaats. Stukken vleesch, een met bloed overstroomde grond, mannen aan 't slachten, walgelijke staak, — afschuwelijk. Een demonen-streek in mijn weg gesteld.

Sluiten