is toegevoegd aan uw favorieten.

De nachtbruid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— «Zag je die jonge vrouw op de kade staan?» vroeg ik.

— «Neen!» zei de Hongaar, «Daarop heb ik niet gelet. Ik wist wel dat hier aardige meisjes zijn, maar niet dat jij ze kende.»

— «Ik ken hier niemand. Ik kom hier voor't eerst» zei ik kortaf, verstrooid.

Wij gingen naar 't hotel en droogden en warmden ons en bestelden den maaltijd. Ik bezag wat er ondanks den regen van het oude, mij later zoo dierbaar geworden stadje te bezien viel, de aardige geveltjes, de kleine straatjes, glimmend van 't water, de sombere iepen die bruisten en loeiden in den storm, de woeste gele zee. Ik zag ook het huis, waar ik thans woon, en vond liet een mooi, eerwaardig gebouwtje, met zijn hardsteenen gevel en hooge ramen. Daarna deden wij ons te goed en aten en dronken, en mijn tochtgenoot zei dat ik toch zeker een goede bekende had gezien, een of ander vriendinnetje, want ik was zoo stil, zoo verstrooid en toch zoo vergenoegd.

Dien nacht sliep ik zonder droomen van beteekenis. Maar de slaap zelve had een karakter van zacht verheffend geluk en de morgen vond mij zonder zweem van de zoo lang gedragen somberheid.