is toegevoegd aan uw favorieten.

De nachtbruid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een weinig angst bij de gedachte aan het type dat ik als den vader voor de oogen zou krijgen.

Ik vroeg onmiddelijk naar den hotel-houder. Bij mijn eersten bezoek was hij niet voor den dag gekomen.

Uit het achterhuis kwam na lang wachten aansloffen een groote, vadsige Hollander, met een zeer slecht en slordig-zittend grijs pak aan, een zwarte zijden pet op, een goor hemd in plaats van de afwezige boord en das, een open vest vol sigaren-asch, een sigaar in een papieren pijpje in den mond, en groene, gebloemde, afgetrapte pantoffels aan de voeten. Toen ik naeenigen zelfstrijd er toe kwam in zijn gezicht te zien, zag ik een blozend vollemaans-gezicht, glad geschoren behalve een hangende knevel onder een kleinen krommen neus, — en in dat gezicht één slaperig oog, het andere was er wellicht eens geweest, maar nu verloren.

— «Is u menheer van Vianen?» vroeg ik in mijn toenmaals nog sterk Italiaansch getint Hollandsch.

— «Nee1» zei de afschrikwekkende vader, zonder zijn sigaar uit den mond te nemen.

— «Maar u is toch de hotel-houder?» vroeg ik in een akeligen toestand van onzekerheid.

— «Jawel!» klonk het even kortaf, alsof hij zeggen wou: «ben je haast klaar? dan gaan we weer slapen.»

— «Maar is u dan niet de vader van juffrouw van Vianen, die hier aan 'huis woont?»