Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— «Wat heeft u van mij verteld?».

— «Mag ik het vrij uit zeggen, Elsje? En zul je mij even vrijuit zeggen of ik goed gesproken heb ?»

— «Ja» zei Elsje, schuw en zacht.

— «Ik heb gezegd dat ik een vrouw ontmoet had,, waarvan ik op 't eerste gezicht en na twee korte ontmoetingen kon zeggen dat zij mij de groote liefde zou geven die mij in 't leven nog ontbroken had. Was dat goed gezegd, Elsje,?»

— «Ja!» hoorde ik naast mij fluisteren. Wij wandelden door de leege, donkere straatjes van het te ruste gaande stadje, arm in arm. De vertrouwelijke siddering van haar arm in den mijnen was een nooit gekende lust.

— «Dat werd niet recht geloofd, of niet recht begrepen, Elsje. Het werd voor zelfbedrog gehouden, en het heele geval voor een gewoon heeren-avontuurtje. Dat is geen wonder, en zoo zal het wel iedereen toeschijnen. Daarin moeten we ons schikken.»

— «Natuurlijk!» zei Elsje.

— «Maar ik heb een moeielijk half uur gehad, want Lucia heeft me gesmeekt je niet weerom te zien.»

— «Arme Lucia, — houdt ze veel van u?»

— «Zeker, — en ik zei haar dat er van mijn genegenheid voor haar niets verloren ging. Maar daar wilde ze niets van weten» —

Sluiten