Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze sprak met woede en afkeer op 't gezicht, zooals ik haar nog nooit gezien had, en met heftige, pathetische gebaren.

— «Je gelegenheid geven? — Gelegenheid tot verbreken van wat God niet verbreken kan ? — Ben je krankzinnig, Vico? — Hoeveel vrouwen zouden doen wat ik gedaan heb, de doodelijke beleediging vergeven en verdragen? — Wou je me nu nog verder wegschoppen en nog meer vertrappen? — Wou je dat ik mijn rechten opgaf voor een gemeene burgervrouw, die een andere als ik lang zou vergiftigd hebben? — Zou ik haar en jou nog ter wille zijn, in het onrecht dat je mij doet, en de schande die je over mij en mijn kinderen brengt? Ga heen, Vico, en tart me niet, want ik heb je nog lief en zou je kunnen vermoorden. — Ik heb gedragen, uit meelij met je, in de hoop dat je er wel genoeg van zou krijgen en terugkomen. — Maar nu je dit er nog bij doet, nu geef ik niets meer toe, niets. — Een huwelijk kan niet verbroken worden. — .Ga heen, man, — je bent krankzinnig of dronken. Dat kan je eenige verontschuldiging zijn.»

— «Ik ga heen, Lucia, — maar weet het wel, ik ga voor goed. Je ziet mij niet terug.»

— «Ga je naar haar toe? — En waar zul je van leven ?»

— «Ik weet het niet. Zeker niet van jouw geld.»

Sluiten