Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— »Neen! — daarvoor kwam ik niet bij u. Ik ben niet van plan mijn oude bekenden ook maar in 't minst met onze vroegere relatie te bezwaren.»

— «Goed!» zei Elkinson oprecht.

— «Daarvoor ken ik hen te goed» zei ik, misschien wat schamper.

_i. «U Weet wat het voor hen beteekenen zou, niet waar? U verplaatst u gemakkelijk in hun positie. U trotseert de publieke opinie om een vrouw, maar u kunt niet vergen dat uw vroegere vrienden het om uwentwil doen.»

— «Als ik meende dat het vrienden waren, zou ik het misschien verwachten. Maar ik weet dat het geen vrienden zijn, enkel kennissen, en ik verg niets van hen.»

De rechter keek mij eenigen tijd niet zonder hartelijkheid aan. Hij scheen een zekeren eerbied te voelen voor mijn stoïcisme.

— «Goed!» zei hij weer. «Maar wat kan ik dan voor u doen? Wat is uw bedoeling met dit bezoek?»

— «U gelukkiger te maken dan ge zijt.»

— «Dat is wel edelmoedig. Want ik krijg nog niet den indruk de ongelukkigste van ons beiden te zijn. En als ge wilt dat ik aan uw geestelijk evenwicht blijf gelooven moet ge mij uw bedoeling wat waarschijnlijker maken.»

Sluiten