Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXXI.

In het nieuwe land heb ik na Elsjes dood geen vredig «ogenblik meer gehad. Het was of haar heemzucht op mij was overgeslagen. Mijn droomen spraken nacht aan nacht van Holland, enkel Holland, en van het oord waar ik' mijn vrouw gevonden had. Haar bovenzinlijk wezen scheen mij te drijven naar het land van haar verlangen.

Langen tijd weerstond ik die neiging, afkeerig om het werk op te geven dat ik met zooveel opoffering had aangevangen en met zooveel smarten doorgezet.

Toen kreeg ik een zeldzaam bericht. Ik vernam, door een zaakgelastigde mijner familie in Italië, met wien ik in correspondentie was gebleven, dat mijn moeder gestorven was, en haar vermogen aan mijn kinderen had nagelaten. En dat mijn dochter Emilia, meerderjarig geworden, er op stond dat geld niet te aanvaarden maar het mij te geven. Mijn kinderen waren allen gehuwd of zelfstandig, en het gansche gezin was verspreid. Lucia was als abdis in een geestelijke stichting gegaan.

Sluiten