is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was met de grieksche litteratuur? ]) Zoo ja, dan heeft hij die kennis moeielijk te Tarsus kunnen opdoen, voordat hij naar Jeruzalem ging. Daarvoor was hij toen nog te jong. Te Jeruzalem kan met deze studie een aanvang zijn gemaakt. En later kan zij zijn voortgezet, toen hij na zijn bekeering geruimen tijd in zijn vaderstad vertoefde. Immers wij moeten aannemen, dat hij alles wat hem in zijn toekomstigen werkkring zou kunnen te pas komen zich heeft toegeeigend. Het behoeft ons dan ook niet te verwonderen, dat wij in zijne brieven aanhalingen van grieksche schrijvers vinden. Aan Menander is ontleend 1 Kor. 15:33; aan Epimenides van Creta Tit. 1 : 12; aan Aratus (Phaenomena, V, 5) of Cleanthes (Hymne aan Jupiter) Hand. 17 : 28b (Schaff haalt ook nog een woord van Pindarus aan: De menschen en de goden zijn van eenzelfde geslacht). Men neemt gewoonlijk aan, dat de apostel dergelijke woorden aan het algemeene spraakgebruik heeft ontleend. Iienan b.v. beweert, dat zulke gezegden als spreekwoorden van mond tot mond gingen. Deze onderstelling lijdt echter schipbreuk op het derde der bovengenoemde citaten. Wanneer Paulus van „eenige" dichters spreekt, moest hij er minstens twee kennen , die iets dergelijks gezegd hebben. Bovendien doet „want" meer aan een letterlijke aanhaling dan aan een spreekwoordelijke uitdrukking denken. Daarom behoeft men nog niet in een ander uiterste te vervallen en een „verbazende" ontwikkeling van den apostel in dit opzicht aan te nemen.

In 2 Kor. 12:7 spreekt Paulus van een „doorn in het vleesch'', 2) een „engel des satans", die hem „met vuisten slaat", opdat hij zich niet zou „verheffen". Deze woorden

1) Op het congres te Stockholm (1897) verklaarde Prof. A. Meyer uit Bonn, dat Paulus vóór zijn bekeering een joodsch schriftgeleerde met helleensche beschaving moet geweest zijn (Die moderne Forscliung über die Geschichte des Urchristentums, 1897, S. 8).

2) Men vindt hierover een interessante beschouwing bij Schmiedel (Handcomtn. z. N. T.).