is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achtig groote intellectueele en pbysieke arbeid van dertig jaren met zulk een kwaal vereenigbaar is. Krenkel (Beitr. zur Aufhellumj der Gesch. u. Br. des Ap. P., 1890) wijst op Julius Caesar, Mohammed, Napoleon I, Milton, enz. Men zou bij 2 Kor. 12 : 7 misschien aan krampen kunnen denken, die den spreker op eens midden in zijn rede het voortgaan onmogelijk maken, en hem voor zijn gehoor vernederen, terwijl dan de ziekte in Galatië een langdurige afzichtelijke huidziekte kan geweest zijn.

De Joden hebben de gewoonte, vroeg in het huwelijk te treden. Was Paulus op het tijdstip zijner bekeering gehuwd, of was hij vroeger gehuwd geweest? Volgens Cle:nens Alex. > Erasmus, e. a. spreekt hij Fil. 4 : 3 met zijn vrouw

aan. Maar deze kan hij toch moeielijk yvwie (masc.) noemen. Luther, Grotius, Ewald, Hausrath, Farrar houden Paulus voor weduwnaar. Een beroep op 1 Kor. 7:7,8 beslist niets, omdat zoowel een ongehuwd man als een weduwnaar deze woorden kon schrijven. Maar de wijze, waarop over een bepaalde gave gesproken wordt, doet aan een ongehuwd man denken. Farrar toont aan, dat zulk een geval in die tijden een uitzondering moet geweest zijn. Maar zelf noemt hij geleerden, die op den algemeenen regel een 'uitzondering maakten.

Het uiterlijk van den apostel moet niet veel indruk hebben gemaakt. «Zijn lichamelijke tegenwoordigheid is zwak", zeiden zijne tegenstanders (2 Kor. 10 : 10). Toch hechte men niet te veel aan een voorstelling als een apocryf geschrift uit de tweede eeuw, Acta Pauli et Theclae, van hem geeft: een klein, dik mannetje, kaal, met korte beenen, met saamgegroeide wenkbrauwen en een vooruitstekenden neus. Dit is blijkbaar een caricatuur.

Belangrijker is de vraag, of Paulus in zijne jonge jaren te Jeruzalem Jezus heeft gezien en gehoord. Het blijkt uit niets, ook niet uit 2 Kor. 5 : 16. Misschien is hij gedurende den tijd van des Heeren optreden niet te Jeruzalem geweest, en eerst na liet Pinksterfeest teruggekeerd. Hij kan in zijn vaderstad hebben vertoefd. Farrar denkt aan een reis onder