is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door Volkmar en Holsten wel ondersteld wordt, maar geheel in strijd is met H. 11:13 en Gal. 2 :1—10, vooral vs. 7—9. Lipsius verwerpt nu trouwens zelf (Hand-Commenlar 2 II, 91) het denkbeeld van universeel apostel; hij schrijft (t. a. p. 70): „de uitvlucht, hier door „volken" te vertalen, waaronder de Joden begrepen zijn, is niet minder tegen het paulinische spraakgebruik, als de poging om Iv öï; itrrê in geografischen zin op te vatten tegen den samenhang en tegen de letter is." De beteekenis van iövy in geografischen zin is van Mangold, die gaarne de meening van Baur over de samenstelling der Romeinsche gemeente wilde handhaven. Hij meent, dat Paulus met het woord eQvvi de bewoners der wereld in het algemeen wil aanduiden, zoo Joden als Heidenen, in onderscheiding van de eigenlijke d. w. z. de in Palestina wonende Joden. Paulus wil zeggen, dat „de gemeente te Rome, hoewel uit Joden samengesteld, geografisch tot het gebied der Heidenen behoorde, en bij gevolg deel uitmaakte van zijn gebied als apostel der Heidenen". Maar wat blijft er dan over van de verdeeling van arbeidsveld, waarvan Gal. 2 spreekt? Zij zou beteekenen, dat Petrus in, Paulus buiten Palestina moest prediken. Maar wanneer de afspraak in dezen zin bedoeld is, heeft Petrus ze al heel spoedig verbroken door zijn komst te Antiochië, het middelpunt van het arbeidsveld van Paulus (Gal. 2). Bovendien berustte de verdeeling van arbeidsveld op een verschil van gaven, dat met geografie niets te maken had; de aanleg der twaalf apostelen paste beter bij het godsdienstig en zedelijk karakter der Joden, die van Paulus bij dat der Heidenen (Beyschlag). Baur heeft getracht, het woord „alle" voor zijn verklaring aan te voeren, maar door dit woord bereidt Paulus juist datgene voor, wat hij vs. 6 zal zeggen nl. dat de Romeinen, hoe ver ook verwijderd van de landen waar hij tot dusver gearbeid had, toch tot zijn gebied behooren, omdat al de Heidenen, zonder eenige uitzondering, er onder begrepen zijn. Waarheid is, dat sivtj, evenals gojim in het O. T., eigenlijk de volken in het algemeen beteekent, maar door de roeping van het uitverkoren volk de