is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de Joden toekennen ten aanzien van bet oordeel, zooals in H. 2:9, maar niet in zake het heil; 7rpÜT0v in H. 2:10 zou daarom een interpolatie zijn volgens H. 2:9, en dat in vs. 16 een tweede interpolatie volgens H. 2: 10. Deze scherpzinnige combinatie moet dienen om het systeem van Baur te redden, maar miskent inderdaad de zendingspraktijk van Paulus, welke zich het eerst tot de Joden richtte. De omissie is een nalatigheid of een opzettelijke verbetering van een afschrijver, die zich stootte aan de schijnbare tegenstrijdigheid van irpütov en tb kxI. Paulus herinnert met dit woord aan de overeenkomst, welke bleef bestaan tusschen het universalisme van het evangelie en de theokratische voorrechten. Maar terwijl hij aldus het historische recht van het joodsche volk erkent, wil hij geenszins het particularisme bevorderen; hij schrijft daarom tb kxI, waardoor hij de godsdienstige gelijkheid van beiden uitdrukkelijk handhaaft, welke reeds in de woorden „ieder, die gelooft", uitgedrukt was (vgl. Otto).

Thans moet de apostel uiteenzetten hoe het evangelie de joodsche en grieksche wereld kon redden. Dit is het doel van vs. 17. Het evangelie is het heil voor allen, omdat het een gerechtigheid Gods verkondigt, welke kan worden toegeeigend door een middel, dat onder het bereik van allen ligt, het geloof.

Vs. 17: „Want Gods gerechtigheid wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof, gelijk geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit geloof leven."

Het eerste deel van dit vers is een verklarende herhaling van vs. 16; het toont aan hoe de in het evangelie geopenbaarde Goddelijke macht werkt: zij rechtvaardigt den geloovige. Dit is de grondgedachte van den geheelen brief. De uitdrukking „gerechtigheid Gods" beteekent hier niet, zoo-

1) Klostermann: aan hem d. i. aan iederen geloovige (want als een gerechtigheid Gods openbaart het evangelie zich aan hem)!