Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eerste Afdeeling.

H. 1:18—3 : 20.

Het oordeel, hetwelk op de menschheid rust.

Alvorens het heilsmiddel te ontwikkelen, hetwelk in het evangelie is geopenbaard, speurt Paulus na wat God mag bewogen hebben de nieuwe bedeeling te stichten. Hij vindt het motief in den staat des oordeels, waaronder de gansche menschheid zucht (H. 1:18—3:20). Naast de openbaring van Gods gerechtigheid in het evangelie, uit het geloof, is in de wereld een andere openbaring, die van Gods toorn; zonder de eerste zou deze laatste den ondergang der menschheid ten gevolge gehad hebben.

De openbaring van Gods toorn over de boosheid der menschen schetst de apostel aldus. Eerst beschrijft hij den ellendigen toestand der heidenwereld (H. 1:18—32). Daarna richt bij zich tot een, die de heidensche gruwelen zeer streng veroordeelt en blijkbaar een geheel ander deel der menschheid vertegenwoordigt, den Jood: hij bewijst hem, dat ook hij onder den last des toorns ligt (H. 2:1—3 : 8). Daaruit trekt hij (H. 3:9—20) het besluit, dat de geheele wereld aan het oordeel is onderworpen. Het eerste stuk van deze afdeeling loopt dus tot het einde van H. 1 en heeft tot hoofdinhoud: de openbaring van den Goddelijken toorn over de heidenwereld. J)

VIERDE STUK.

H. 1:18—32.

Het oordeel over de heidenwereld.

Overeenkomstig zijn gewoonte vat Paulus in het eerste

1) Chrn. Rogge schreef over „Die Anschauungen des Apostels Paulus von dem religiös-sittlicheu Charakter des Heidenthums auf Gruud der vier Hauptbriefe, Leipzig, 1888.

Sluiten