Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woorden de oude grieksche uitleggers. Maar de overheid is ingesteld om de misdaden te vonnissen; men kan er haar dus moeielijk een verwijt van maken, dat zij haar plicht doet. „De besten onder de Heidenen", zeggen de hervormers, en, in hun voetspoor, nog heden ten dage Hofmann. Maar waartoe in dit groote overzicht van den algemeenen toestand der menschheid een beroep op de liefde (Matth. 7 : 1) aan het adres van eenige Heidenen? In elk geval zou zulk een vermaning hier niet meer dan een tusschenzin zijn, terwijl duidelijk blijkt, dat vs. 1 van het 2e hoofdstuk, evenals vs. 18 van het eerste, het thema is van het volgende betoog. Klaarblijkelijk is hij, die aangesproken wordt met de woorden ,0 mensch, wie gij ook zijt, die oordeelt 1" een uitzondering onder de menschen (xv6pornoi H. 1: 18), die de waarheid in ongerechtigheid tegenhouden. Hij onderdrukt, hij miskent de wet van het goede niet; integendeel, hij houdt ze hoog, maar hij past ze alleen toe in zijn oordeel over anderen. De ware naam van deze collectieve persoonlijkheid, wier beeld Paulus in abstracto teekent, zonder een naam te noemen, komt in vs. 17: „Indien gij nu, fjood". De apostel weet, hoe moeielijk het is, aan het uitverkoren volk te bewijzen, dat de Goddelijke toorn, die over de Heidenen kwam, ook boven zijn hoofd zich samenpakt. Hij zal het volk, dat al de andere volken voor zijn rechterstoel roept, voor den rechterstoel Gods dagen. Een gewaagde onderneming voorzeker, waarbij voorzichtigheid plicht is. Eerst spreekt hij zijn gevoelen geheel algemeen uit, om het daarna in bijzonderheden te ontwikkelen. Dit tweede hoofdstuk is dus de pendant van H. 1 : 18—32; de aanklacht tegen de joodsche wereld, volgende op die tegen de heidensche. De beide eerste verzen vormen het kort begrip.

De gedachtengang van den apostel is deze. In het eerste deel, vs. 1—16, ontwikkelt hij het beginsel van het rechtvaardige (onpartijdige) oordeel Gods. In het tweede, vs. 17—29, past hij het rechtstreeks toe op den Jood. — Het eerste deel bevat de ontwikkeling van drie gedachten: 1° Het oordeel, hetwelk sommige menschen over de genoemde

Sluiten