Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oordeel (H. 3 : 19, 20). Uit het woord blijkt, dat hij een nieuw persoon op het oog heeft, dien hij van de vorigen onderscheidt. De uitdrukking i xpivuv moet niet opgevat worden in den zin van: gij, die veroordeelt. Hiervoor heeft de apostel xxtmkpIvsiv (einde van het vers). Door het gedrag van een ander te beoordeelen, toont men de norm van het zedelijk goede te kennen en te erkennen. Het kwade doende, heeft men reeds te voren zichzelven veroordeeld. De aanspraak xvópuirc herinnert hem, die zich als rechter oiwerpt, er aan, dat hij zelf een verantwoordelijk schepsel is, aan het Goddelijke oordeel onderworpen. Men weet, dat de Joden de Heidenen gaarne in massa veroordeelden en hen kortweg o'i £y,xpTu>.oi noemden; vgl. Gal. 2: 15. 'Ev § beteekent: door het feit, dat gij oordeelt; oordeelen en uzelven veroordeelen is een, want gij zoudt niet oordeelen, als gij het kwade niet van het goede wist te onderscheiden. Deze beteekenis treft beter dan die van Meyer, Philippi „in de dingen, waarin gij oordeelt". In dit geval zou er veeleer het meervoud staan h ol? (vgl. rot xvtol). Door te zeggen „dezelfde dingen" wil Paulus niet alle onderscheid tusschen den zedelijken staat der Joden en dien der andere volken uitwisschen; vs. 17—24 zal leeren, dat het verschil slechts relatief is. De vorm was bij de Joden niet zoo ongepast, maar het wezen der zonde was hetzelfde. De herhaling van „gij, die oordeelt", aan het einde van het vers, accentueert nog eens het bijzonder karakter van den persoon, dien Paulus in het oog heeft. — Tegenover het partijdige en leugenachtige oordeel des menschen stelt de apostel het rechtvaardige en onomkoopbare oordeel Gods, zooals het zich aan het geweten van ieder mensch openbaart:

Vs. 2: „Maar *) wij weten, dat het oordeel Gods naar waarheid is over hen, die zulke dingen doen."

Men zou Si kunnen vertalen door „nu". Dan zou hier

1) lezen in plaats van

Sluiten