Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verzetten; „ongerechtigheid", tegenover waarheid geplaatst, ziet op het gehoorzamen aan egoïstische driften, op het najagen van ijdele eer, op het volgen van verkeerde vooroordeelen, die in den mensch vijandschap tegen het licht en vandaar ongeloof voortbrengen; vgl. Joh. 7:18; 3:19, 20. — De woorden „toorn en gramschap" duiden aan de straf op deze wijze van handelen; zij staan in het grieksch in den nominativus, niet, zooals het woord „het eeuwige leven" (vs. 7), in den accusativus. Zij zijn dus niet meer het onderwerp van het werkwoord „zal vergelden", hetwelk te ver afligt, maar het subj. van een werkwoord, hetwelk er bij gedacht wordt (Utxï)\ of liever nog neme men een uitroep aan: „voor hen, toorn!" Drie majusc. volgen de psychologische orde: oupbt; kx) ipyi, gramschap en toorn! Eerst de innerlijke beweging (gramschap), dan de uitbarsting naar buiten (toorn); de andere HSS. echter hebben de omgekeerde orde, en terecht. Want eerst bemerkt men de uitbarsting; dan klimt men op tot het gevoel, hetwelk ze heeft veroorzaakt en ze zoo ernstig maakt. ®unót; is het ontbranden der ziel; hpyvj de dreigende blik, het oordeel, de straf. — Waarom herhaalt de apostel in vs. 9, 10 nog eens de tegenstelling van vs. 7, 8? Kennelijk om aan beide zijden der tegenstelling de woorden te kunnen toevoegen: eerst den Jood en ook den Griek, en alzoo de valsche grenslijn uitte wisschen, welke de joodsche theologie getrokken had.

Vs. 9, 10: „Verdrukking en benauwdheid over de ziel van ieder mensch, die het kwade bedrijft, eerst ') den Jood en ook den Griek! 10 Maar heerlijkheid en eer en vrede voor ieder, die het goede doet, eerst den Jood en ook den Griek!"

Het asyndeton duidt ook hier de sterkere herhaling van de voorafgaande gedachte aan: „Ja, verdrukking en benauwd-

1) Baljon (t. s. p. 3) houdt met Van de Sande Bakhuyzen en Michelsen irptirov yoor een invoeging.

Godït/Jonker, 'Romeinen. xi

Sluiten