Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doen" is met de grootste zorg gekozen; het staat niet gelijk met „de wet volbrengen" van vs. 27, hetwelk een veel ruimere beteekenis heeft, en, zooals wij zullen zien, op een geheel anderen geestelijken toestand van toepassing is. — Quirei !), onder de heerschappij van een aangeboren zedelijk instinct, of, zooals wij zouden zeggen, uit eigen beweging. Deze dativus moet niet in verband gebracht worden met bet voorafgaande part. (Invrat); het is een bepaling van het volgende werkwoord „doen". De Heiden doet in die gevallen bij instinct wat de Jood volbrengt door zich te houden aan de geschreven wet. De text. ree. leest met eenige HSS. iroiijj. Alle andere hebben: ttoiüuiv of ttoiovsiv. Men zou het meervoud kunnen beschouwen als een verbetering met het oog op het volgende onderwerp oiïroi, maar waarschijnlijker is, dat het enkelvoud iroty zelf als een verbetering moet beschouwd worden om het werkwoord aan den regel te doen beantwoorden, dat op een neutrum in het meervoud het werkwoord in het enkelvoud volgt. Het meervoud wordt niet slechts gesteund door betere getuigen, doch is ook om de beteekenis te verkiezen, juist omdat hier 'geen sprake is van de Heidenen in massa, maar ,van zekere uitstekende individuen onder hen. Dit ligt in het volgende outoi, deze Heidenen. Wat de lezingen 7roioü<riv en iroiwviv betreft, deze zijn beide mogelijk, maar het gezag van N AB wettigt iroiütriv. — De logische betrekking tusschen het partic. en het werkwoord, die in de subjectieve negatie w ligt opgesloten, moet hier uitgedrukt worden met „terwijl": „Terwijl zij (zonder een wet te hebben) de wet houden, zijn zij zichzelven tot wet". M>> is nu opzettelijk tusschen het subst. en het part. geplaatst, en niet, zooals in het begin van het vers, vóór beide. Daardoor komt het object voftov op den voorgrond: „Die wet, hoewel zij haar niet hebben, zijn zijzelf voor zichzelven". — Men moet niet omschrijven: „zij toonen, dat zij die zijn", want dan zou men vooruitloopen op de

1) Dit woord alleen reeds Terbiedt ons met Klostermann aan de door het evangelie wedergeboren Heidenen te denken.

Sluiten