Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't verborgen is" (ó èv rü xputtü 'lsvlxïoc) en „de besnijdenis des harten". Deze laatste trek was inderdaad onmisbaar in de schets, welke Paulus van het ware oordeel geeft (zie vs. 2); vgl. Matth. 5 : 20—48; 6 : 1—18. — De algemeene term „van de menschen" herinnert den Joden, dat de regel algemeen is en dat dit oordeel ook op hen zal worden toegepast. Zij zijn het niet alleen, die geoordeeld worden, neen, het zal hen gaan als alle anderen. — De uitdrukking „naar mijn evangelie" *) is opvallend, want de aankondiging van het laatste oordeel is een element van de apostolische prediking, niet uitsluitend van die van Paulus. Calovius, Meyer e. a. maken van het evangelie van Paulus de norm, waarnaar God oordeelen zal; vgl. 2 Kor. 2: 15, 16. Maar Paulus wil hier niet het oordeel, naar den maatstaf van geloof of ongeloof, stellen tegenover het oordeel, naar den maatstaf der werken; hij stelt tegenover elkander het oordeel naar uitwendige zedelijkheid en dat naar inwendige heiligheid. Origenes, Grotius, Weiss e. a. laten „naar mijn evangelie" slaan op „door Jezus Christus". Maar Jezus Christus wordt niet alleen door Paulus als rechter voorgesteld; vgl. Matth. 25:31 v.; Joh. 5:27, 28; Hand. 10:42; terwijl dan toch ook „naar mijn evangelie" op „door Jezus Christus" volgen moest. Of men zou moeten ophouden met in „naar mijn evangelie" een specialen trek van Paulus' prediking te zien en het moeten opvatten in den zin van „naar mijn evangelie en naar de christelijke prediking in het algemeen", in welk geval het een toespeling kon zijn op de beschuldigingen, welke men tegen Paulus' prediking van „de zaligheid om niet" inbracht; vgl. H. 3:8. Echter zou er dan moeten staan: „ook naar mijn evangelie". Klaarblijkelijk moet deze bepaling een beteekenis hebben, die in het verband past, en het is ons niet mogelijk, met Philippi en Weiss, de verklaring te accepteeren van Calvijn: „evangelium suum appellat ratione ministerii", alsof Paulus niets anders had willen zeggen dan: „zooals ik, Paulus, predik", er niet aan denkende, daardoor zijn predi-

l) Van Manen (t. a. p. 176 v.) denkt ook liier aan een geschreven evangelie.

12»

Sluiten