Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den wil Gods verschilt": beiden minder juist. Weizsacker vertaalt: „und verstehst worauf es ankommt". Weiss stelt terecht dit vermogen van den Jood tegenover den voüt der Heidenen (H. 1: 28). — De laatste woorden van het vers „onderwezen door de wet" geven de bron aan, waaruit dit hoogere onderscheidingsvermogen voortkomt. De uitdrukking K»Tti%oiipevii<;, van KXTy%eï<Tt)ai, van een geluid doordrongen worden, maakt eiken Jood tot een gepersonifieerde wet.

Een gevolg van deze kennis en dit onderscheidingsvermogen is de houding, welke de Jood tegenover de andere menschen aanneemt, zooals die in vs. 19, 20 ietwat ironisch geteekend wordt. De vier eerste termen beschrijven de zedelijke behandeling, waaraan de Jood, als geboren geneesmeester der menschheid, zijne patiënten, de Heidenen, tot hun volkomen genezing onderwerpt. Het woord nbtoióxs wijst op zijn verwaand vertrouwen. Hij neemt den armen blinde bij de hand om hem te leiden; hij opent hem de oogen door het licht der openbaring; hij voedt hem op als een wezen, hetwelk het verstand mist; en als een klein kind (i/jja-za?), dat niet kan spreken (de term, waarmede de Joden de proselyten aanduidden; zie Tholuck), leidt hij hem in de kennis der waarheid in. T« (vs. 19), in plaats van xx!, duidt aan, dat al het volgende uit het voorafgaande voortvloeit. — Het tweede lid van vs. 20 leert ons, hoe de Jood in zulk een verhouding tot de andere menschen kan staan. Hij heeft in de wet de gedaante (jtipQuaK), de belichaming (Weizsacker: leibhaftig), de nauwkeurige belijning, de strenge formule van de kennis en de realiteit van het goede. J) De kennis is het subjectieve bezit der waarheid; de waarheid de objectieve realiteit van het goede. De Jood heeft in de wet niet slechts de waarheid op zichzelf maar ook hare exacte formule, waardoor hij haar aan anderen kan mededeelen. [Oltramare ziet met Oecumenius, Olshausen e. a. in het woord fióptyutrii; de gedachte van bedriegelijken

1) Otto denkt aan de roeping der Joden om door middel van de wet kennis en waarheid te vormen.

Sluiten