Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teeken der zaligheid.1) Maar in plaats van, bij ongehoorzaamheid en zedelijke onreinheid, tegen het oordeel te vrijwaren, was zij, goed opgevat, een verplichting tot reinheid en tot besnijdenis des harten (Deut. 10: 16; 30 : 6). Zoo opgevat had zij haar nut; zij waarborgde den Jood de zegeningen en beloften des verbonds; overigens onderscheidde zij zich in niets van de voorhuid, zooals Jeremia reeds had gezegd (4:4); vgl. Jes. 66:3. Itynwtf, zonder art.: een feit als de besnijdenis. Het perf. ykyovt wijst een verkregen resultaat aan. „Het is een afgedane zaak! Uwe b e snijden is door uw eigen schuld in de oogen van uwen rechter onbesnedenheid geworden."

De verzen 26, 27 beschrijven het omgekeerde: de uiterlijke onbesnedenheid wordt, door bet houden der wet, in de oogen Gods de ware besnijdenis. Het is een gevolg van het vorige; vandaar ouv. De besnijdenis: res pro persona (Calvijn). 2) „Het abstracte wijst meer het beginsel aan zegt Oltramare terecht. Tholuck, Meyer, Oltramare e. a. meenen, dat hier van werkelijke gevallen sprake is — hetgeen de laatste zeer juist bewijst door de verbinding van iiv met het hoofdwerkwoord in het fut. AoyuróviseTxi —, d. w. z. van Heidenen, die de wet in die mate hielden, dat zij door hun voorbeeld de Joden, die overtreders der wet zijn, veroordeelen; volgens hen zijn „de inzettingen der wet bewaren" en „de wet vol-

1) De volgende woorden van rabbijnen, ontleend aan Eisenmenger, Entdeektea Judenthum, bewijzen hoever het fanatisme der Joden te dien aanzien ging. R. Bechaï verklaart, dat de Joden de kleine jongens, die vóór den dag der besnijdenis gestorven zijn, in hun graf besnijden. Volgens E. Salomo Jarchi werd Jakob reeds in den moederschoot besneden. Midrasch Tillim Bcbrijft hetzelfde voorrecht aan twaalf mannen toe (Adam, Seth, Henoch, Noach, Sem, Terach, Jakob, Jozef, Mozes, Samuel, Jesaja, Jeremia, David). Tholedoth Jizchak: Wie slechts besneden is, komt niet in de hel. Bereschit Eabba: Abraham zit aan de deur der hel en laat geen besnedene daardoor ingaan. Maar, voegt httzelfde boek naar K. Levi er bij: Wanneer een besnedene te veel gezondigd heeft, neemt Abraham de voorhuid van een vóór de besnijding gestorven kind, doet die hem aan en werpt hem dan in de hel. — Met zulk volkje had Paulus te doea.

2) "Vgl. Van Leeuwen, t. a. p. bl. 116.

Sluiten