is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doen voorkomen, zou Paulus antwoorden, dat in dat geval ook de Heidenen (de wereld) zich van deze verontschuldiging zouden kunnen bedienen, hetgeen het oordeel onmogelijk zou maken. Maar het is geen Christen uit de Joden, die in vs. 5 sprekende ingevoerd wordt; bovendien moest het woord „wereld", als het een tegenstelling met de Joden vormde, vooraan, vóór het verbum, zijn geplaatst. — De gedachte, die uit vs. 5, 6 voortvloeit, is dus deze: „Wanneer de zegenrijke gevolgen eener zonde den zondaar rechtvaardigden, werd het oordeel onmogelijk". Paulus ontwikkelt deze gedachte in het volgende vers, waaraan zich, als in een logischen klimax, vs. 8 aansluit.

Ys. 7, 8: „Want *) indien de waarheid Gods door mijn leugen overvloedig is geworden tot Zijn heerlijkheid, waarom word ook ik dan nog als zondaar geoordeeld? 8 En waarom doen wij niet het kwade gelijk men ons lastert en gelijk sommigen zeggen 2), dat wij zeggen — opdat er het goede uit voortkome ? Over dezen is het oordeel rechtvaardig!

De lezing si 3e, ook door Tischendorf aangenomen, die van vs. 7 een tegenwerping maakt tegen vs. 6, moet worden verworpen, niet alleen omdat de tegenwerping slechts een herhaling van de reeds beantwoorde van vs. 5 zou zijn, maar ook omdat si Ss in plaats van s; ydp kan gesteld zijn om het begin van vs. 7 aan het begin van vs. 5 gelijk te maken. Calvijn, Grotius, Philippi vinden hier een bevestiging van de tegenwerping van vs. 5. Maar deze is, gelijk wij zagen, in vs. 6 voldoende beantwoord; ook was het onnoodig de tegenwerping te herhalen als bewijs voor de tegenwerping zelf (want) en ditmaal te beantwoorden met een anathema (vs. 8). Meyer

1) 8 en B lezen ti Sc in plaats van ei yup.

2) Naber en Michelsen houden x«S«5 f3Aanptitiovpei* en <p«<r>v rivtf voor een dittograpbie. Baljon niet.