is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ile andere zijde: de geheele menschheid, de Joden ingesloten, het hoofd buigende om het oordeel der gerechtigheid af te wachten! Maar hadden dan de Joden in hun ritueele en moreele werken, welke zij dag aan dag naar den eisch der Goddelijke wet volbrachten, niet een heilsmiddel, een verdienste, die tegen hunne zonden kon opwegenP

Dit laatste voorwendsel ontneemt de apostel hun in vs. 20. A/ar/ beteekent hier, zooals altijd, niet: waarom (op grond van het voorgaande), maar: daarom dat (op grond van het volgende). Het staat niet gelijk met „dus" (Beza, Tholuck), maar met „want". Paulus zinspeelt blijkbaar op Ps. 143 : 2. Alleen schrijft hij „alle vleesch" in plaats van „alwat leeft" !) om te doen uitkomen de zwakheid van den mensch, zoolang zijn leven buiten Gods Geest blijft; men leide dus niet met Lipsius uit deze uitdrukking af, dat bij Paulus het begrip „zonde" onafscheidelijk is van het lichaam en het lichamelijke. De Heilige Geest kan het vleesch doordringen en dit tegen bevlekking bewaren, zooals bij Jezus geschied is. — Maar wat verstaat Paulus onder „de werken der wet" en waarom kunnen zij niet rechtvaardigen? Op beide vragen zijn drie antwoorden gegeven. Volgens Amsdorf e. a. worden met de werken der wet bedoeld de werken, welke aan den eisch der wet beantwoorden en niet kunnen rechtvaardigen, omdat de wet zelf beneden het zedelijke ideaal blijft. Volgens Melanchton, Rückert, Meyer, de Wette, Hodge, Morison, Oltramare zijn het de werken, welke de wet eischt, op zichzelf volmaakt, maar niet kunnende rechtvaardigen, omdat de zondige mensch niet in staat is ze te volbrengen. Augustinus, vele katholieke uitleggers, Luther op sommige plaatsen, Neander, Olshausen, Hofmann e. a. denken aan de werken, die uitwendig (ceremonieel of moreel) aan de wet beantwoorden, maar niet kunnen rechtvaardigen, om-

1) Bovendien ontbrekeu in den psalm de woorden 1%'épyuv vó/xov. 3. Weiss onderstelt (Theol. Lit.-Zeit, 1899, 145), dat het psalmwoord met deze bijvoeging in omloop was, tenzij wij misschien aan een citaat uit een apokrief geschrift of aan een woord van Jezus te denken hebben.