Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar sprake is van „gerechtvaardigd worden door de werken"; deze uitdrukking heeft alleen zin bij de juridische beteekenis van „rechtvaardigen"; 1 Kor. 4:4: Paulus is zich van geen ontrouw bewust; maar daarom is hij nog niet gerechtvaardigd; een andere beteekenis dan de juridische is hier onmogelijk. Voorts raadplege men: Matth. 11 : 19 en Luk. 7 :35 („de wijsheid is gerechtvaardigd door hare kinderen ); Luk. 7 : 29 (de tollenaars hebben God gerechtvaardigd); Matth. 12: 37 („uit uwe woorden zult gij gerechtvaardigd en uit uwe woorden zult gij geoordeeld worden"); Luk. 10: 29 („zichzelven willende rechtvaardigen"); 16:15 („gij zijt het, die uzelven rechtvaardigt"); 18:14 (de tollenaar gerechtvaardigd); Hand. 13:39 (gerechtvaardigd worden van alles, waarvan men niet kon gerechtvaardigd worden door de wet); Jak. 2:21, 24, 25 (gerechtvaardigd worden door de werken).

In niet ééne van deze plaatsen past de beteekenis van innerlijke mededeeling der gerechtigheid. Men heeft ten gunste van deze beteekenis 1 Kor. 6:11 aangehaald, maar wanneer men het verband (H. 6 : 1—10) in aanmerking neemt, zal men bemerken, dat ook hier geen uitzondering is. l)

Bovendien lette men op het volgende. De uitdrukking „gerechtigheid Gods" is H. 1:17, 18 het pendant van de uitdrukking „toorn Gods". Het laatste sluit in zich: veroordeelen, slecht verklaren en als zoodanig behandelen, maar niet slecht maken; daarom moet ook het eerste beteekenen: rechtvaardig verklaren en als zoodanig behandelen , niet rechtvaardig (heilig) maken. In H. 4 : 3 baseert Paulus zijn leer der rechtvaardiging op het woord van Gen. 15:6: „Abraham geloofde God en dit werd hem gerekend tot gerechtigheid". Hier is geen sprake van een innerlijke mededeeling van de gerechtigheid door den Geest, maar van een juridische toerekening, waarbij God aan het geloof van Abraham de waarde van een volmaakt rechtvaardig leven

1) Om de lijst volledig te maken kan men nog aanhalen Rom. 6: i; 8:30, 33; Gal. 2116, 17; 3:8, 11, 24; 5:4. De eerste plaats is wat duister, maar in elk geval kan de beteekenis hier niet zijn „rechtvaardig maken .

Sluiten