is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mensch zich deze gerechtigheid des geloofs toeëigent. — De woorden xx) lir) tmtxs ontbreken in vier van de oudste handschriften, maar zij komen voor in alle andere codices (behalve P) alsmede in de oude vertalingen. Meyer en Morison merken terecht op, dat er geen reden te noemen is, waarom zij geïnterpoleerd zouden zijn; er was niets, hetwelk zulk een nadere bepaling vereischte. Aan den anderen kant kan men de weglating gemakkelijk verklaren, hetzij door verwisseling van de twee itxvtx$ — het wemelt in den Sinaïticus van zulke uitlatingen !) — hetzij omdat de bepaling na de vorige pleonastisch scheen te zijn. Paulus pleegt de bepalingen opeen te stapelen ten einde door een eenvoudige verandering van praep. de zaak, die hij beschrijft, in een ander licht te stellen. EU wijst de algemeene bestemming van deze gerechtigheid aan; zij is voor allen, die gelooven. 'Eirl ziet op de werkelijke toeëigening van deze gave door de geloovigen. De apostel wil zeggen: „Deze gerechtigheid zendt God voor u, opdat gij gelooft; en zij rust op u van het oogenblik dat gij gelooft". Vgl. Fil. 3:9. Theodoretus, Bengel e. a. hebben gemeend, dat „voor allen" sloeg op de Joden en „over allen" op de Heidenen. Maar de bedoeling van den apostel is kennelijk om al het andere op den achtergrond te doen treden voor het geloof. Daarom kunnen wij evenmin de verklaring van Morison volgen, die, in het voetspoor van Wetstein, Flatt, Stuart, na si: itxvtxs een komma zet, hetgeen de beteekenis zou hebben van voor alle menschen, in absoluten zin genomen, onafhankelijk van het geloof, zoo, dat de bestemming van deze gerechtigheid universeel is. De uitdrukking „die gelooven" zou dan alleen op het tweede „allen" slaan: de gerechtigheid wordt wel aan alle menschen aangeboden maar alleen door alle geloovigen verkregen. Echter zou dan dit tweede „ allen niet noodig zijn geweest. — Deze twee bepalingen accentueeren de algemeenheid der rechtvaardiging als tegenhanger van de al-

1) Tischendorf is in zijn 8e ed. bezweken voor de autoriteit van dit handschrift en haalt de woorden, die h\j in de 7e ed. had opgenomen, door.