is toegevoegd aan uw favorieten.
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ef. 1:9, in laatstgenoemden zin; ook irpitsim; duidt den eeuwigen raad van God aan (H. 8:28; 9: 11; Ef. 1:11; 3:11; 2 Tim. 1:9 enz.): zie ook Hand. 27:13. Met de oude grieksche exegeten, Chrysostomus, Oecumenius, Theophylactus en sommige nieuweren, als Fritzsche en Oltramare, neemt Godet daarom irpo in temporeelen zin. Volgens liem is de bedoeling deze: de lange tijd, dien God de zonde oogenschijnlijk over het hoofd zag, wordt hier gesteld tegenover het beslissende oogenblik, waarop Hij de verzoening tot stand heeft gebracht; het zoenmiddel had God reeds van eeuwigheid bestemd; itpo „van te voren" staat tegenover „in den tegenwoordigen tijd" van vs. 26. Het medium duidt dan aan, dat God het bij Zichzelven besloten heeft. Bij deze opvatting zou men na irpoéêno een werkwoord verwachten. De andere opvatting, welke Godet „niet onmogelijk" acht, en die volgens hem gesteund wordt door het volgende „tot betooning van Zijne gerechtigheid", komt ons natuurlijker voor. Men kan zich hiervoor ook beroepen op den technischen term xptoi rij? xpoUeews Matth. 12:4; Hebr. 9:2. God heeft Jezus openlijk als zoenmiddel voorgesteld, aan het kruis of door de verkondiging van zijn dood. Het medium kan dan verklaard worden met het oog op „tot betooning van Zijne gerechtigheid". Aldus de Vulgaat, Luther, Bengel, Tholuck, de Wette, Philippi, Meyer, Hofmann, Morison, Weiss e. a. ') — Het adj. 2) b.xiTypiov beteekent: iets dat dient om te verzoenen. Het verb. in de Sept. is

vertaling van kipper, piël van kaphar, bedekken. In verband met „zonde" kan dit piël een dubbele beteekenis hebben: die van vergeven (subject is dan de beleedigde, die voor zijn eigen oogen de zonden bedekt om ze niet meer te zien, b.v. Ps. 65:4), of die van verzoenen (subject is dan het offer, dat door zijn bloed de zonden bedekt, opdat de rechter

1) De Statenvert. teekent bij „voorgesteld heeft" aan: „namel. eerst ia sijnen eeuwigen raet, ende daerna door uytvoeringe van dien in de volheyt des tijts, ende eindelick door de predieatie des Euangeliums".

2) Volgens Cremer (in voce) aubat.

IC*