is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van don brief aan de Hebreën, behoeft niet te gelden voor den brief aan de Romeinen. Evenmin kunnen wij met Beza, Coccejus, Morison denken aan de zonden van de geloovigen onder het Oude Verbond, wien het offer van Christus reeds van te voren werd toegerekend. Het art. tüv verbiedt deze restrictie, welke bovendien geen voeling houdt met het verband. Het offer van Christus kan hier niet uit zulk een speciaal doel verklaard worden.

Vs. 26. Godet verbindt de eerste woorden van dit vers met irxpenv. Ons komt het beter voor, ze bij irpoye?ovÓTuv te voegen (zie voor de constructie Matth. 25:34; 2 Petr. 3: 2). Anders zouden wij een herhaling van het lidw. verwachten. Bovendien wordt dan 9eoü in plaats van xutov het gemakkelijkst verklaard. Meyer en Weiss nemen iv in logischen zin „op grond van het geduld"; maar de volgende antithese „in den tegenwoordigen tijd" eischt een temporeele beteekenis. — Hier eindigt de voorloopige aanwijzing van het doel, hetwelk God met het zoenraiddel beoogt. Aangezien de apostel hieraan nog meer toevoegen wil, herhaalt hij de bepaling „tot de betooning enz." Hij heeft het doel van deze betooning der rechtvaardigheid Gods aangewezen in betrekking tot het verleden (de ongestraft gebleven zonden); nu ontwikkelt hij het met het oog op het heden en de toekomst. x) God moest de eischen zoowel van Zijn rechtvaardigheid als van Zijn genade vervullen. Upoi ti/dei&v is dus de herhaling van s'i? ëvhi^tv. — God wilde tegelijk zijn: rechtvaardig en rechtvaardigende. Het was een groot probleem, een probleem der Goddelijke wijsheid waardig, hetwelk de mensch God stelde, toen hij in de zonde viel. Strafte God alleen, waar bleef dan Zijn genade? Hij was rechtvaardig, maar niet rechtvaardigende. Beperkte Hij zich tot het begenadigen van den zondaar, waar bleef dan Zijn rechtvaardigheid ? Hij was rechtvaardigende, maar niet rechtvaardig. Wat deed de Almachtige nu? Hij stelde het geloof

1) Weiisacker: da Gott seine Langmut waltea liesz im Absehen auf die Erweiaung seiner Gerechtigkeit ia der Jetztzeit.