is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geloof verkregen. In vs. 23—25 wordt dit alles op de tegenwoordige geloovigen toegepast.

H. 4:1—12.

Abraham is gerechtvaardigd door het geloof (vs. 1—8) en door het geloof alleen (vs. 9 12).

Vs. 1,2: „Wat zullen wij dan zeggen, dat Abraham, onze voorvader *), verkregen heeft 2) naar het vleesch? 2 Want als Abraham uit de werken gerechtvaardigd is, heeft hij roem, maar niet bij God."

De vraag wordt met „dan" aan het voorafgaande verbonden, omdat, wanneer het voorbeeld van Abraham het voorafgaande niet bevestigde, het alles twijfelachtig geworden was. Oltramare, die wel beseft, dat dit ovv niet met zijn verklaring van H. 3:31 overeenstemt, maakt er zonder reden een „welaan dan!" van. Men verdeele het vers niet in twee vragen: 'Vat zullen wij zeggen? Dat Abraham naar het vleesch (iets) verkregen heeft ?" Want in dat geval is zonder object,

terwijl men er moeielijk een object bij kan denken: gerechtigheid of heil of iets anders. Hofmann maakt (het verzwegen) tot subject en Abraham tot object: „Wat zullen wij dan zeggen' Dat wij Abraham tot vader naar het vleesch verkregen hebben?" Klostermann, Van Manen, Westcott-Hort en Sanday-Headlam laten svpmvxt weg en vertalen: „Wat zullen wij dan zeggen? Dat Abraham onze vader naar het vleesch is?" Maar dan wordt het volgende onverstaanbaar. Cramer (Ex. et Crit. III, bl. 63 v.) leest sinpsrrttxivxt 3) in

1) sABC lezen Tponaropa; de text. ree. met DEFGKLPIt. itotrtpa.

2) «ACDEFÖIt. Or. plaatsen tvptixevui onmiddelijk achter ti epovutv, terwijl de text. ree. het met K L P Syr. tusschen irontpn wm en xctrx rupucc plaatst, en B het weglaat.

3) Bij twee minusc. in margine.